|
Hoe bereken je de maximale hypotheek
De verschillende methoden om de maximale hypotheek te bereken zijn:
1. Nationale Hypotheek Garantie NHG
2. NIBUD Gedragscode
3. Bankvoorwaarden
* 1) Nationale Hypotheek Garantie:
Achter de Nationale Hypotheek Garantie staat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Dit Waarborgfonds staat garant voor:
1. de terugbetaling van het hypotheekbedrag aan de
hypotheekverstrekker als je door bijvoorbeeld werkloosheid,
arbeidsongeschiktheid of echtscheiding, niet meer aan je
betalingsverplichtingen kunt voldoen. Dan zul je het huis moeten
verkopen. Mocht de verkoopopbrengst niet voldoende zijn om de
hypotheekschuld af te lossen, dan betaalt het Waarborgfonds het
verschil aan de hypotheekverstrekker.
2. de woonlastenfaciliteit bestaande uit een borgstelling voor een
aanvullende lening. Huishoudens met betalingsproblemen krijgen 2 jaar
de tijd om te voorkomen dat hun huis gedwongen moet worden verkocht.
Bij aankoop van een woning bestaan voor NHG twee maxima: de
verkrijgingskosten mogen niet hoger zijn dan € 265.000,- én
u kunt niet meer lenen dan € 265.000,-. Hierbij wordt door de NHG
standaard rekening gehouden met 12% bijkomende kosten, zodat de koopsom
of de taxatiewaarde niet meer mag bedragen dan € 236.607,14.
kostengrens is het totaal van de koopsom plus de bijkomende kosten. In
2008 wordt bij nieuwbouw rekening gehouden met kosten bijkomend van 8%
(maximale koop-/aanneemsom: € 245.370,37).
* 2) Nibud Gedragscode Hypothecaire leningen:
Om de consument tegen te hoge hypotheekschulden te beschermen is begin
2007 de Nieuwe Gedragscode Hypothecaire Financieringen ingevoerd. In
principe wordt de maximale hypotheek berekend o.b.v. een combinatie van:
1. De woonquote (woon percentages): Deze bestaat uit het
maximale deel van uw inkomen dat u kunt gebruiken voor de woonlasten.
Deze wordt bepaald naar inkomen en leeftijd (jonger óf ouder dan
65). Basis uitgangspunt is 4,5X het bruto-inkomen, maar bij een hoog
inkomen en een lage toetsrente kan de quote oplopen tot 5,8X het bruto
inkomen.
2. De toetsrente: Voor de totale hypotheeklasten heeft u een bepaald
deel van uw inkomen beschikbaar. Als de rente hoog is, kunt u daarom
een minder hoge lening afsluiten. Is de rente lager, dan kunt u vaak
een hoger bedrag lenen. De rente kan voor verschillende rentevaste
perioden worden vastgezet. Daarna kunt u te maken krijgen met een
hogere rente en dus met hogere hypotheeklasten. Doorgaans is de rente
lager naarmate de rentevastperiode korter is. Een kortere
rentevastperiode betekent ook dat u eerder te maken krijgt met een
gewijzigde rente, die mogelijk hoger kan zijn. Bij een scherpe stijging
van de rente kunt u in betalingsproblemen komen als u een korte
rentevastperiode heeft gekozen. Om u te beschermen tegen dit risico,
toetsen hypotheekverstrekkers uw aanvraag bij een rentevastperiode van
korter dan tien jaar daarom met een toetsrente, gebaseerd op een
termijn van 10 jaar. Deze hogere toetsrente is per 1 januari 2007
ingetreden en vastgesteld op 4,9% (5,3% voor het 2e kwartaal 2008) maar
kan ieder kwartaal worden aangepast als daar aanleiding toe is. Bij een
rentevastperiode van tien jaar of langer, wordt de bij die langere
periode behorende werkelijke rente gebruikt.
* 3) Bankvoorwaarden: Hoewel geldverstrekkers niet
onder de Nibud gedragscode uit kunnen komen gelden wel uitzonderingen.
Er zijn geldverstrekkers met eigen voorwaarden en zogenoemde 'explain'
toetsen. Deze speciale uitzonderingen staan in de Nibud beschreven en
gelden indien de klant (u) is voorgelicht en weet dat er meer wordt
geleend dan verantwoord wordt geacht.
De hypotheek behoevende moet hierop speciaal gewezen worden en tekenen voor volledige verantwoordelijkheid en risico.
|